Scheve verhoudingen en scheve gezichten
Via een videoverbinding sprak Donald Trump op 23 januari jongstleden de genodigden van het World Economic Forum in Davos toe. Hij zei dat de Verenigde Staten erg oneerlijk behandeld worden, met name door de Europese Unie. Trump ziet daar handelstekorten en wil daar wat aan doen. Zijn oproep luidde dat als producten in de Verenigde Staten gemaakt worden, iedereen welkom is en kan profiteren van een lage winstbelasting. Trump is voornemens de vennootschapsbelasting te verlagen van 21% naar 15%.Wie niet bereid is in de Verenigde Staten te produceren krijgt te maken met importtarieven. De werkgelegenheid in de maakindustrie is flink afgenomen in pakweg de afgelopen 30 jaar. Dat geldt niet alleen voor de Verenigde Staten, maar voor de gehele Westerse wereld. De productie is verschoven naar lage lonen landen, zo is China de fabriek van de wereld geworden. De werkgelegenheid in de dienstensector, die in de Westerse wereld flink is gegroeid, voorziet niet elke fabrieksarbeider van een baan. Inmiddels wordt 32% van alle spullen wereldwijd in China gemaakt, dat was 28 jaar geleden 5%. In de Verenigde Staten wordt 15% van de goederen wereldwijd geproduceerd, dat was 30 jaar geleden 24%.In Tabel 1 is de top-10 van producerende landen wereldwijd te zien en de verschuiving in zo’n drie decennia tijd. Wat opvalt is dat China met stip naar plek 1 gestegen is, India en Zuid-Korea de top-10 zijn binnen gestormd, en dat de overige landen niet gestegen zijn en marktaandeel hebben verloren. Dit is het logische verhaal van opkomende economieën, maar het is wel hard gegaan.
De keerzijde van productie is consumptie, hoe liggen de verhoudingen hier? Hier nemen de Chinezen 12% van de wereldconsumptie voor hun rekening, de Amerikanen maar liefst 29%(!), zie Grafiek 1. Nemen we ook de omvang van de economieën in ogenschouw, dan zien we dat de verdeling wellicht wat te scheef is geworden. De Amerikanen consumeren er wel erg lustig op los, terwijl de Chinezen het geld wel iets meer mogen laten rollen.
Het handelstekort onder de loep
Over 2024 bedroeg het handelstekort van de Verenigde Staten 3,1% van het bruto binnenlands product (BBP). De handelsbalans bestaat uit goederen en diensten, maar de retoriek gaat uitsluitend over de goederenkant van het verhaal. Met welke landen hebben de Verenigde Staten het grootste tekort op de goederenbalans en hoe ziet de dienstenkant eruit?
In Grafiek 2 zien we de ranglijst waarop Trump zijn tariefpijlen richt. In totaal bedraagt het goederentekort zo’n $ 1200 miljard. China, de Europese Unie en Mexico voorzien de Verenigde Staten van veel spullen. Opvallend is dat Nederland positief scoort, onder andere onze defensie bestellingen (JSF) en LNG aankopen dragen hieraan bij.
Wat doen de landen die verdienen aan de verkoop van spullen aan de Verenigde Staten met hun inkomsten? Daar kopen ze onder andere diensten van in bij de Amerikanen, zie Grafiek 3.
Op deze ranglijst staan de Europese Unie op de eerste plek! Wat bijvoorbeeld te denken van het werken in de cloud, daar zijn Microsoft en Amazon wereldwijd de grootste spelers. Op de dienstenbalans hebben de Verenigde Staten dan ook een overschot van bijna $ 300 miljard in 2024. Op basis van Grafiek 2 en 3 mogen onze oosterburen zich wel een beetje zorgen maken, zij hebben zowel aan de goederen- als dienstenkant een handelstekort.Met Canada daarentegen hebben de Verenigde Staten per saldo een handelsoverschot, waardoor de handelsoorlog met Canada dus nergens op slaat. Naast het afnemen van hoogwaardige diensten vloeit er echter meer geld van het handelstekort terug. De Verenigde Staten bieden namelijk ook interessante beleggingskansen van hoge kwaliteit, waardoor veel buitenlands geld in het bedrijfsleven en in Amerikaanse staatsobligaties wordt geïnvesteerd.